

Reisverslagen
Terug uit de zandbak
Ik reisde van 1 tot 18 november, met 7 anderen, allen leden van de NKBV naar Libië.
We vlogen naar Tripoli, om de volgende dag Sabratha te bezoeken, Romeinse opgravingen, een klein uur rijden ten westen van Tripoli.
Mooi amfitheater en vooral, zittend, tussen de pilaren, een mooi uitzicht over zee.
Het geeft me de tijd om te wennen aan het reizen in een groep.
Vervolgens door naar het vliegveld.
Veel lokale economie langs de weg: talloze kleine garages, maar ook timmerwerkplaatsen, groente.
Het ziet er gemiddeld beter uit dan wat ik in Egypte gezien heb.
De Libische luchtvaartmaatschappij heeft een paar toestellen, die alleen binnenlands vliegen.
Een tijdschema is er wel, maar niemand weet hier te vertellen of en wanneer er een toestel gaat.
Ons toestel zal ergens tussen 6 en 9 uur ’s avonds naar Sebna vertrekken.
Wij komen om 5 uur aan op het vliegveld en uiteindelijk vertrekken we om half 2 ’s nachts.
(voor die tijd nog even naar huis gebeld en gehoord van de moord op Theo van Gogh.
Bij aankomst in Sebna Mufta ontmoet, een Touareg, die ons samen met zijn broer Muzza, door de woestijn zal leiden.
Hij bracht ons naar het veel zuidelijker gelegen Ghat, waar wij de andere begeleiders ontmoetten: Muzza, Husein ( de kok uit Niger), Ahmet (uit Algerije) en de kamelenverzorgers Mohamed, en Sjef.
Vanuit het fort van Ghat kijken we enerzijds over Algerije en anderzijds over het Akakus gebergte uit.
In dit gebergte zullen we 8 dagen lopen.
De volgend dag rijden we met 3 landrovers naar de toegang tot het gebergte.
Voedsel, water, benzine en niet te vergeten groenvoer voor de kamelen gaan boven op.
Nabij de ingang staan de 5 kamelen op ons te wachten.
Ze zullen ons de eerste 5 dagen vergezellen.
Hier beginnen we dus te lopen, voel een heerlijke spanning, hier heb ik het meeste naar uitgekeken.
De eerste dag is licht.
We lopen 2 uur voor de lunch en 2 uur erna.
Elke dag staan de auto’s ergens in de schaduw op ons te wachten, wordt er een vuurtje gestookt en staat er een heerlijke lunch klaar.
Veldflessen worden gevuld en de nachtrust aangevuld.
’s Middags eindigen we ca. 4 uur en zetten onze tentjes op.
Theewater staat dan al te koken en Hussein is dan al begonnen het avondeten voor te bereiden.
Die nacht slaap ik voor het eerst op de helling van een zandduin in de woestijn.
Schitterende kleuren, zon verdwijnt achter de rotsen, geweldige sterrenhemel.
Het landschap in deze 8 dagen bestaat uit rotsen/bergen en zandduinen.
We klimmen erover, dalen weer af, lopen door wadi’s en over grote vlaktes.
Vandaag klimmen we voor het eerst zo’n zandduin over en lopen een tijdje over de kam.
Schitterend gezicht vooral als de kamelen er aankomen.
Daarna een tijdlang over een stenen vlakte met links rotsen en rechts zandduinen.
De zon brandt goed, ca. 35 gr.
We lopen vervolgens richting zandduinen en zien een zandstorm aan 1 van de toppen.
We weten dan nog niet dat we daar straks ook zullen lopen!
We lopen langzaam naar boven, bij elke stap zak je een halve terug.
Ik spreek met Jelte af, dat ik niet naar de top ga, maar eenmaal op de kam staan we niet alleen in de zandstorm, maar is er ook geen weg terug.
Dus door naar de top.
Het is zeer zwaar.
Eenmaal boven feliciteren we elkaar, voelen ons voldaan, kunnen niet lang in de storm blijven staan.
We eten hier zand.
We zien beneden ons kamp.
’s Nachts koelt het nauwelijks af.
De volgende dagen hang ik mijn dagrugzak aan een kameel.
Ik loop met waterfles en fototoestel.
Die dag lopen we ’s ochtends wat langer door.
Het laatste uur is zwaar.
De siësta onder een boom vergoedt veel.
Wakker geworden door zand en wind in mijn gezicht.
We zien hoog in de lucht veel zand door de wind voort geblazen worden.
Zo komt het Sahara zand in Zuid-Europa en soms ook bij ons terecht.
Met wind in de rug lopen we ’s middags relaxed.
Prima dag zo.
Met kalebassen jeu des boules gespeeld.
We lopen nu nog 2 dagen met kamelen, dus vandaag moet ik er toch op.
Ik stel het uit tot vanmiddag, vind lopen erg lekker.
We lopen weer schitterend, door surrealistisch landschap.
De eerste rotstekeningen gezien.
Vanmiddag ¾ uur op een kameel gereden.
Probeerde me te laten meedeinen maar moest me zo stevig vasthouden, dat het toch krampachtig werd.
Zonder kamelen een bergpas over: het wordt een stevige klim door zand, met forse wind in de rug.
Boven op de pas, inmiddels rotsen geworden, naar 2 kanten een waanzinnig uitzicht.
In de verte staan de auto’s en de kamelen, daar zullen we overnachten.
Maar wat een afstand nog en wat een diepte.
Een forse afdaling zonder pad!
Met af en toe hulp van Mussa en Jelte gaat het goed.
Maar wel sta ik op de pas nog bijna op een slang.
Zie hem, voordat ik mijn voet neerzet, door het zand kruipen.
Mussa heeft hem met stenen gedood. Een overreactie?
Op de 5de dag loop ik ’s ochtends een tijd met kamelen, ik heb er 3 achter elkaar.
Dwingt me tot heerlijk rustig lopen.
Weer een slang in het zand tegengekomen.
Sjef stond al met stenen klaar om ook deze te stenigen.
We hebben hem ervan kunnen weerhouden.
Ik zit weer heerlijk voor mijn tentje naar de zonsondergang te kijken.
Schitterende dag geweest.
Vanmorgen eerst afscheid genomen van de kamelen.
Ze vertrokken met Mohammed en Sjef en waterzak van geitenhuid.
Wij lopen met Mufta.
Hij neemt geen water mee, het is nog 3 dagen Ramadan.
De anderen nemen het niet zo nauw.
Het is minder zonnig vandaag.
En een heerlijke temperatuur, 25 gr.
Na de lunch loopt Ahmed mee, als steeds heel mooi, met zijn oranje hoofddoek en blauwe gewaad.
Gisteravond hebben Mufta, Mussa en Ahmed een geit gekocht en geslacht bij een Touareg familie, die hier in de Akakus woont.
Enthousiast kwamen ze ermee terug.
Het gevilde beest hing aan de auto.
Ingewanden werden gekookt en aan een spies geroosterd.
Ik eet ervan mee.
Straks de rest bij het avondeten.
De volgende dag lopen we door bijzondere rotsformaties.
De dag eindigt verrassend: er is hier een pompstation in de buurt, dat water uit de grond pompt. We kunnen er douchen: we zitten gekleed (de vrouwen althans) in een klein bassin en kunnen er ons haar wassen.
Ook onze drinkwatervoorraad wordt aangevuld.
Het oude brood wordt inmiddels geroosterd op het vuur.
We lopen onze laatste dag.
Het wandelen is wel mooi geweest zo, de benen worden een beetje moe.
Vandaag weer boven de 30 gr.
We kamperen voor het eerst in een totaal zandduinen gebied.
Ik klim er op een, eindeloos ver uitzicht.
We gaan over op vers gebakken brood: in kooltjes en zand.
Beetje afkloppen, smaakt prima!
We rijden vanaf vandaag een paar dagen met de landrovers Grotendeels door de “Ocean of Stone”.
Een grote stenen vlakte.
We rijden max. 10 km per uur.
De wind gaat steeds harder waaien.
De zandstorm (ik begrijp nu Dessert Storm beter) verduistert de lucht.
Heftig.
Ik graaf de tent in.
’s Nachts ook zandstorm in de tent.
Hoofd diep in de slaapzak gestopt en maar wachten tot het overgaat.
Een bijzondere ervaring op deze desolate hoogvlakte.
We rijden over deze vlakte tot Germa, de bewoonde wereld in en zitten even later aan de koffie in een koffiehuis.
Binnen zitten mannen naar een Egyptische soap te kijken.
We rijden vervolgens voor onze laatste nacht in de woestijn de zandduinen weer in.
Ik hoop op een rustige nacht. We genieten van de rust, de stilte, uitzicht en sterrenhemel.
Er is geen wind!
Volgende nacht terug naar Tripoli.
Een niet toeristische stad met een schitterend museum.
Een medina voor de lokale bevolking.
Basic spullen, gouden sierraden. Lekker in koffiehuizen gezeten, ook 1 x alleen.
Hoefde prompt niets te betalen.
Voor het eerst in de arabische wereld een theehuis voor vrouwen gezien: een terras aan de straat, helemaal afgeschermd met gordijnen, vastgezet.
We gluurden door de kleine openingen, met verbazing.
Ik hoor hier dat Bush gewonnen heeft en van de rommel in Nederland.
Het bezoek op de laatste dag aan Lepdis Magna (grote Romeinse opgravingen) was mooi.
Een heel leuke afsluiting was het etentje ’s avonds in het restaurant van een Alexandrijn, met zijn typische Egyptische aard.
Gelijkend op wat we bij de Touaregs troffen en in tegenstelling tot het heel rustige van de Arabische Libiërs.
En dan weer terug thuis.
Wat is het hier koud en wat nat en wat was het daar heet en wat een wind en wat een zand.
Maar ook, wat was het er verschrikkelijk mooi!
Dit als antwoord op de vraag: 'en, hoe was het?'